Verzorging van een cavia
1. Algemeen

Cavia's zijn vrolijke en aardige diertjes en ze behoren tot de gemakkelijkste dieren om te verzorgen. Als je op de juiste manier met ze omgaat, kunnen ze heel tam worden en worden ze haast niet ziek. Een goede verzorging van cavia’s bestaat uit dagelijkse aandacht, goede huisvesting, goede voeding. Het zijn sociale diertjes die overdag actief zijn dus ook leuk voor kinderen, uiteraard met de hulp van en onder de verantwoordelijkheid van een volwassene.
Cavia’s zijn echte groepsdiertjes en zijn het gelukkigst als ze minstens met zijn tweetjes zijn, ook als ze heel veel aandacht van je krijgen! Het is een fabeltje dat je cavia nooit tam kan worden met een tweede cavia erbij!
Je kunt twee zeugjes of twee beertjes samen nemen. Kies dan wel voor ofwel twee jonge dieren zodat ze samen opgroeien, ofwel een volwassen dier en een jong dier (zodat de rangordebepaling geen problemen geeft en er niet gevochten wordt, vooral twee volwassen beren bij elkaar zetten lukt dikwijls niet!). Als je twee beren neemt, let je er best ook op dat ze geen zeugjes kunnen ruiken (ook niet op bvb je kleren als je ergens anders een zeugje hebt vastgepakt) want door de geur van een zeugje is het mogelijk dat ze plotseling concurrenten worden en gaan vechten.
Je kunt uiteraard ook een zeugje en een beertje samen nemen, lukt bijna altijd, ook op volwassen leeftijd, maar dan moet je er ofwel voor zorgen dat de beer gecastreerd is (tot die tijd moeten ze dan dus apart zitten tot enkele weken na de castratie), ofwel moet je erop rekenen dat je heel veel kleine caafjes krijgt! Niet alleen is het dan je verantwoordelijkheid om voor die diertjes een goeie nieuwe thuis te zoeken, maar het is voor een zeugje ook niet goed om constant zwanger te zijn natuurlijk. Ook een zeugje heeft na een zwangerschap voldoende tijd nodig om te herstellen!
De juiste manier om je caafje op te tillen = schuif bij het optillen een hand ruim onder de voorpoten en steun met de andere hand het achterlijf. Zo wordt het hele lichaam ondersteund en zal de cavia niet spartelen of vallen. Probeer zo weinig mogelijk een caafje van bovenaf te benaderen . Da’s nl. de manier waarop ze door roofdieren worden gepakt en is dus heel bedreigend voor
het beestje. En praat tegen je caafje voor je hem oppakt, dan weet hij al wat er zal gebeuren en schrikt hij niet.
Gezonde cavia's hebben een glanzende vacht zonder kale plekken of korsten. Kale plekken kunnen wijzen op onder andere schurft of schimmel.
Ze mogen niet te mager zijn en moeten stevig aanvoelen.
De oogjes moeten helder zijn (niet wazig of waterig) en het neusje is droog.
Koop ook nooit een cavia die jonger is dan 4 weken en minder weegt dan 250 gram (is het absolute minimum!!!) het beste gewicht is 300 gram!
Over het algemeen hebben cavia's een goede gezondheid en worden ze haast niet ziek. Maar àls ze ziek zijn, gaat het dikwijls heel snel en worden ze niet zo snel weer beter. Daarom is het belangrijk om op de eerste tekenen van ziekte te letten (snot, véél niezen, doffe en opstaande vacht, lusteloos en stil in een hoekje, plots heel erg gaan vermageren) en nooit te lang te wachten om naar de dierenarts te gaan!
Kijk regelmatig ook eens of de nageltjes van je caafje niet te lang worden. Als ze niet dikwijls op een harde ondergrond kunnen lopen, slijten die soms niet voldoende af en moet je ze even zelf bijknippen.
Kijk ook regelmatig eens de vacht van je caafje na op ongedierte, wondjes en/of kale plekjes. Buiten jouw schuld om (door het hooi bvb, wat overigens géén reden mag zijn om je caafje geen hooi te geven!!!) kan je cavia al eens last hebben van luisjes en dat moet behandeld worden want ze krijgen er jeuk van en kunnen krabben tot ze wondjes hebben. Luisjes zijn hele kleine witte/gele bewegende wormpjes die zich meestal dicht bij de huid verschuilen in de vacht.
Hooimijtjes zijn dan weer volledig onschuldig en daar heeft de cavia ook geen last van. Het hoeft ook niet behandeld te worden. Hooimijtjes zijn meer bruine spikkeltjes op het uiteinde van de haartjes en die bewegen ook (zo goed als) niet.


2. Huisvesting

Voor de afmetingen van het hok geldt uiteraard: hoe groter hoe liever. Maar voor één caafje reken je toch best op een hok van minstens 70 à 80 x 40 cm. Per bijkomende cavia tel je daar ongeveer 20 cm bij. Een hok dat groot genoeg is, vermijdt een hoop stress voor de dieren én verkleint de kans dat de cavia’s elkaar in de haren gaan zitten! Het hangt er uiteraard ook van af hoeveel tijd de cavia(‘s) in hun hok doorbrengen. Een caafje die de hele dag kan rondlopen in huis of in een ruime ren, heeft een minder groot hok nodig dan een caafje dat meer tijd in zijn hok doorbrengt.
Dat je het hok goed schoon moet houden, spreekt voor zich. Geschikt bodemmateriaal is bvb een laagje houtkrullen. Stro is niet geschikt omdat het te grof en te hard is voor cavia’s.
Zet de cavia's op een tochtvrije plaats en ook niet in felle zon of vlakbij de verwarming. De grootste boosdoeners voor cavia's zijn nl. hitte, vocht en tocht.

3. Voeding

Eerst even vermelden dat een cavia altijd vers drinkwater tot zijn beschikking moet hebben. Er wordt nogal eens beweerd dat cavia’s geen drinken nodig hebben maar dat klopt niet! Het is wel zo dat de ene cavia veel meer drinkt dan de andere en dat de hoeveelheid die ze drinken afhangt van enkele factoren zoals omgevingstemperatuur, hoeveelheid en soort groenvoer dat ze krijgen, zwanger/zogend of niet enz…
Daarvoor neem je best een drinkflesje met nippel dat je aan het hok bevestigt. Een bakje gooien ze nl. nogal gemakkelijk om en het is uiteraard niet fijn als hij in een nat hok zit. Ook komt er in een drinkbakje snel hooi, voer, keuteltjes en dergelijke en is het drinkwater dus heel snel vuil.
Het allerbelangrijkste voor de cavia: vers hooi! Dat moeten ze constant ter beschikking hebben voor een goeie spijsvertering! Daarvan slijten trouwens ook de tandjes goed af.
Als voerbakje (voor het droogvoer) neem je best iets van aardewerk dat redelijk zwaar is zodat ze het niet makkelijk omver krijgen.
Geef je cavia(‘s) een voer dat afgestemd is op cavia’s. Cavia’s kunnen nl. (net als mensen en apen) niet zelf vitamine C aanmaken en moeten dat dus uit hun voer halen. In bvb een konijnenkorrel en veel algemene knaagdierenvoeders wordt geen vitamine C toegevoegd. Kijk ook even op de verpakking hoeveel mg vitamine C er is toegevoegd. Hoe meer, hoe beter maar toch minimum 1500 mg per kilo voer. Vitamine C-gebrek geeft heel snel heel ernstige gezondheidsproblemen!!!!
Geef je caafje liever geen overvolle voerbak met gemengd caviavoer. Daaruit kiezen ze nl. alleen dat wat ze het allerlekkerst vinden en dan wordt hun voeding te eenzijdig! 30 à 40 gram droogvoer per cavia per dag is écht voldoende! Bijvullen mag als het bakje leeg is.
Ook héél belangrijk: groenvoer! Dit doordat ze niet zelf vitamine C kunnen aanmaken. Enkele voorbeelden van wat je je caafje zoal kunt voeren: andijvie, komkommer, witlof, wortelen (ook het groen ervan), gras, paprika (alle kleurtjes maar rood bevat het meest vitamine C), rozebottels, appeltjes, kiwi, schil van watermeloen, sinaasappel, tomaat, peterselie (niet aan zwangere zeugjes, kan weeën opwekken)…
Wat je beter vermijdt of slechts af en toe in kleine hoeveelheden geeft: zowat alle koolsoorten en sla. Die kunnen gasvorming veroorzaken.  

4. Nog enkele weetjes

Een mannetje noemt men een beer, een vrouwtje een zeug.
Een cavia kan al geslachtsrijp zijn op 4 weken maar dan zijn ze echt nog te jong om mee te fokken. Je wacht beter tot ze ongeveer 5 maanden zijn.
Een zeugje wordt om de 16 à 18 dagen bronstig en laat zich alleen dan dekken door een beer. De bronst duurt ongeveer 24 uur. Een zeugje wordt ook binnen de 24 uur na een bevalling opnieuw bronstig dus zorg dat het beertje nog voor de bevalling bij haar weg is, anders is ze onmiddellijk opnieuw zwanger en da’s uiteraard een zware belasting voor het diertje.
Een caviazwangerschap duurt 63 à 72 dagen. Ze komen dan ook helemaal ‘af’ ter wereld (nestvlieders). Ze zijn behaard en kunnen al snel lopen. Ze hebben weliswaar moedermelk nodig de eerste weken maar al na enkele dagen beginnen ze samen met mama mee te eten, eerst van de hooisprietjes, dan van het groenvoer en uiteindelijk ook droogvoer. Op een leeftijd van 4 weken (afhankelijk van hun gewicht) kunnen cavia’s gespeend worden (kunnen ze zonder moedermelk). Dan moeten de beertjes van mama en zusjes weg omdat ze al vruchtbaar kunnen zijn.
Gemiddelde leeftijd die een caafje bereikt: 5 jaar